TV, Magazine en Club voor motorfans!
Promotor
 | 

Volta Nocturna Internacional a Mallorca. Het staat op de website van MediaMilla. Nocturna? ‘s Nachts toeren door de Serra de Tramuntana en kleine Mallorcaanse dorpjes? Dit wordt mijn volgende reisbestemming. Hier kijk ik naar uit. ‘s Nachts over een donker eiland rijden. Wat daar leuk aan is? Geen idee. Maar mijn nieuwsgierigheid is wel gewekt.

Harde knallen klinken uit de uitlaat, maar toch wordt er nog wat gas bijgegeven. De oplichtende wijzer van de snelheidsmeter schuift naar extreem rechts. Hoe harder het geluid van de motor, hoe groter de grijns op het gezicht van de eigenaar, ook al staat hij stil. Tot het niet harder kan: na een laatste knal laat hij de gas- hendel los. Het geluid van de motor sterft weg n de omstanders beginnen te joelen en te klappen. Omstanders die trots foto’s en filmpjes maken van deze nozem, terwijl ze zich op iedere andere plek, of op ieder ander moment, toch op zijn zachtst gezegd zouden ergeren aan dit oorverdovende kabaal.

Maar niet op deze septemberavond aan de Avenida de Alexandre Rosselló in Palma de Mallorca, de hoofdstad van het Spaanse eiland, waar zo’n drieduizend motorrijders zich hebben verzameld voor de 37e editie van de Volta Nocturna Internacional a Mallorca. De driebaansweg door het centrum is voor een deel afgezet, agenten wijzen automobilisten naar de omleiding en deelnemers naar de rij. Maar de afzetting voor het grote warenhuis in het centrum blijkt niet genoeg: ook de zijstraten puilen uit van de motoren. Ik wurm me langs de deelnemers en verbaas me over de verscheidenheid ervan: jong, oud, man, vrouw, racers, choppers, nakeds, allroads… Iedereen is druk met het inspecteren van elkaars tweewieler, terwijl pophits uit de speakers langs de weg schallen. De feeststemming is voelbaar. Het is dat al die motoren in de weg staan en een bar ontbreekt, maar anders zou er gedanst worden.

Als het bijna tien uur is, haast ik me terug naar mijn motor. Samen met Marilena Torrens van MediaMilla, de motorclub die het evenement jaarlijks organiseert, zal ik de rij afsluiten. ‘Het zijn vooral Mallorcanen die meedoen’, antwoordt ze op mijn vraag of er veel internationale rijders zijn. ‘Tijdens de Volta in het voorjaar, die we overdag rijden, zie je veel meer buitenlandse motorrijders die speciaal voor de tocht hierheen komen. Jij dacht zeker dat er nu al veel mensen meedoen? Dan moet je in april terugkomen, dan doen er wel vijfduizend rijders mee!’

Marilena mag het niet druk vinden, ik sta te popelen om aan te sluiten als we na het startschot moeten wachten tot alle motoren voorbijgeraasd, eh… geschoven zijn. Het blijkt namelijk even filerijden om met duizenden tegelijk Palma uit te geraken. Toch heeft het langzaam rijden voordelen, merk ik, als ik geniet van de verbaasde uitdrukking op de gezichten van passanten die niet weten wat ze zien. Nietsvermoedende automobilisten zullen wel schrikken, als ze ineens worden omsingeld door een kudde Harley’s. En wat te denken van de groep Goldwing-rijders: hun met neonverlichting versierde voertuigen lijken wel rijdende discotheken, terwijl ze heel Palma laten meegenieten van hun muziek. File of niet, ik rijd met een grijns van oor tot oor achter de stoet aan.

Nachtelijk bacchanaal

Buiten Palma zijn de wegen verlaten en donker. Alleen de witte belijning licht op als we passeren. De meeste rijders zijn vooruit gestoven, al staan her en der groepjes even te pauzeren. Het zijn niet alleen de motorrijders zelf die zin hebben in een feestje, blijkt als we Llucmajor passeren, het eerste dorp op de route. Zelfs op het inmiddels nachtelijke uur zijn de terrassen afgeladen vol, tafels gevuld met glazen. Reden voor sommige deelnemers om het nu al voor gezien te houden en hun zadel te verruilen voor een terrasstoel.

Ik blijf mijn gids Marilena volgen, helemaal naar Son Servera, het stadje aan de oostkust van Mallorca, zo’n zeventig kilometer van Palma. De klok heeft één uur geslagen, maar op het plein van Son Servera zijn lange tafels opgesteld waar de rijders aanschuiven voor de avondmaaltijd. Net als het plein, zijn de bars en restaurants rondom het plein tot de nok toe gevuld. Ik zoek een steegje om te parkeren en wordt dan joviaal onthaald door de organisatie om in een van de restaurants bij hen aan te schuiven. Zo joviaal dat ik letterlijk het restaurant word binnengedragen. Ik houd het maar op Mallorcaanse gastvrijheid en stort me op de Pa amb oli, het traditionele Mallorcaanse gerecht dat letterlijk ‘brood met olie’ betekent. Daar blijft het natuurlijk niet bij, want het brood wordt belegd met Ibericoham, tomaat, pepers, lenteui of gebarbecuede kipfilet.

Een echt bacchanaal wordt het natuurlijk niet, want vrijwel iedereen moet de motor nog thuisbrengen. Na het feestmaal is het dan ook tijd om de duisternis weer in te rijden, maar in plaats van een voortzetting van de toer door de nazomernacht, krijg ik de indruk dat iedereen zo snel mogelijk terug wil naar Palma voor de afterparty. Rustig rijd ik achter de stoet aan en geniet van de sterren die in de inktzwarte nacht inmiddels duidelijk zichtbaar zijn. Het Mallorcaanse landschap, met lage struiken aan de horizon, tekent zich net zichtbaar af tegen het zwakke licht van de sterren. Voor de anderen is het misschien de gebruikelijke usance, maar hoe vaak rijd ik nu door het Mallorcaanse landschap, over een donkere weg onder de sterrenhemel?

Ik word uit mijn mijmeringen getrokken als in de verte Palma opdoemt aan de horizon. De Ma-15 voert me van het hoger gelegen binnenland weer omlaag naar de kuststad, wat werkelijk een prachtig gezicht oplevert. Zo donker het achterland, zo verlicht is Palma de Mallorca. Drie uur ‘s nachts, zie ik, als ik me in het centrum weer bij de rest van de MediaMilla-club heb gevoegd. Hoog tijd voor die afterparty.

Niet recht maar krom

Hoe blij verrast ik ook was door de nachtelijke tocht, ik kan Mallorca natuurlijk niet verlaten zonder ook bij daglicht een rondje te rijden. Omdat de Volta Nocturna-route om veiligheidsredenen over relatief rechte wegen voert, plan ik dit keer een rit naar het noordwesten van het eiland, waar de Serra de Tramuntana langs de kust ligt uitgestrekt. De bergketen is in 2011 door UNESCO aangemerkt als werelderfgoed door zijn unieke combinatie van natuur en cultuur. Kleine dorpjes en afgelegen boerderijen, zogeheten finca’s, liggen verscholen achter de hoge bergen. De bochtige weg voert langs een rotsachtige kust, wat om de haverklap prachtige uitzichten oplevert.

Een van die adembenemende uitzichten vind je op de Ma-10 van Sóller naar het zuiden, als na een bocht ineens Deía aan de horizon verschijnt. Het kustdorpje lijkt letterlijk tegen de berg aangeplakt. Op de motor ben je er ogenschijnlijk zo doorheen als je de hoofdweg volgt, maar tegen de hellingen links en rechts blijken slingerweggetjes het dorp in te voeren. Ik volg de straatjes omhoog, waar nisjes in de muren niet alleen de straatnamen aanduiden, maar ook op beschilderde tegels de lijdensweg van Christus laten zien. Helemaal boven op de berg, staat de kerk, San Juan Bautista, waar op het kerkhof de schrijver Robert Graves ligt begraven, een van Deía’s beroemdste inwoners.

Graves was niet de enige beroemdheid die Mallorca boven Europa verkoos, blijkt als ik later die middag Valldemossa inrijd. Op informatieborden met de kaart van de stad, wordt groot uitgepakt met hun beroemdste ingezetenen, componist Frédéric Chopin en zijn geliefde, de Franse schrijfster George Sand. Ook al waren ze maar een winter op Mallorca, de kamer in het kartuizerklooster waar ze verbleven is omgetoverd tot Chopin Museum. Bijna kan ik de nocturnes horen als ik door de eeuwenoude gangen wandel en in cel nr. 4 stilletjes Chopins vleugel aanschouw.

Vergeet je zwemspullen niet

Bij Banyalbufar zweet ik zowat uit mijn motorpak, dus besluit ik de bordjes Playa te volgen. Op het eerste oog lijkt ook Banyalbufar heel klein, maar inmiddels heb ik door hoe de dorpjes over de heuvels zijn uitgestrekt. Ik stuur naar rechts en volg het steile straatje met kinderkopjes omlaag. De huizen staan dicht tegen elkaar en direct aan de weg, een stoep is er niet. Door de hoekige bochten, is het vaak lastig te zien of er tegenliggers aankomen. Ik hoop maar van niet, want veel uitwijkmogelijkheden zijn er niet.

Pas als ik het ‘centrum’ uit ben, valt het me op dat tegen de helling terrassen zijn aangelegd, helemaal van zeeniveau tot aan de top van de berg. Van de elfde tot de veertiende eeuw, toen de Moren over Spanje heersten, werden deze terrassen aangelegd voor wijngaarden. Tegenwoordig zijn het vooral huizen die er staan, al zie je ook nog groene vakken tegen de helling.

Als ik mijn VanVan neerzet en verder loop om naar de zee te kijken, valt mijn mond nog verder open van verbazing. De baai ligt tientallen meters lager dan waar ik sta, omgeven door steile rotswanden. Het lijkt wel of een mythische reus met een vlijmscherp zwaard een halve cirkel uit de rotsachtige kust heeft gesneden, om op de rand van de berg te kunnen zitten en in zee een voetenbad te nemen. Een strand is er niet bij Banyalbufar, maar dat weerhoudt mensen er niet van hun handdoekjes op de rotsen uit te spreiden en te genieten van het helblauwe water en de felle zon. Om bij de zee te komen, moet je eerst een trappetje langs de rotswand omlaag volgen. Maar de extra inspanning deert niet, want wat is het hier mooi!

Haarspeld galore

De tel ben ik allang kwijt als ik een ruime bocht neem om de zoveelste haarspeldbocht in te manoeuvreren. Op de weg van Andratx naar Galilea - wie zou niet de route met zulke plaatsnamen kiezen! - liggen de haarspeldbochten bijna parallel aan elkaar. In opperste concentratie rijd ik omhoog, na enkele tientallen meters volgt alweer de volgende vlijmscherpe bocht. Het is extra opletten geblazen, want in de bergen rond Galilea dwalen tal van geiten. De wilde berggeiten leven vooral in afgelegen gebieden, de exemplaren hier hebben een baasje en dragen een bel. Maar ja, hoe groot is nu de kans dat het geklingel boven je ronkende motor uitkomt?

Gelukkig blijven de geiten van de weg af en bereik ik ongeschonden Alaró, als ik weer een stuk in oostelijke richting ben opgeschoten. Het begint al te schemeren, als ik de Camino del Castillo de Aloró inrijd. In tegenstelling tot de meeste wegen op Mallorca, is hier het asfalt versleten en zitten er enkele flinke gaten in de weg. Voorzichtig slinger ik verder, niet voor het kasteel bovenop de berg, maar voor het authentieke lamsvleesrestaurant dat er al generatieslang gevestigd is: Es Verger. De parkeerplaats is bezaaid met schapenkeutels en de grazers laten zich dan ook niet afschrikken door mens noch motor.

Iedere pothole waard

Mooi, ik ben nog op tijd. Het restaurant is vooral bedoeld als plek om te lunchen en sluit om acht uur ‘s avonds. Een olijke ober wijst me een houten tafeltje en geeft me een geplastificeerd A4’tje. Het menu hoef ik eigenlijk niet te zien, want het familierestaurant staat bekend om haar gestoofde lamsbout. Dan zie ik de vrouw des huizes, ondanks haar pensioengerechtigde leeftijd nog altijd een bezig bijtje in het restaurant. Ze sjouwt rond met grote aluminium bakken, roept commando’s naar de keuken en houdt de traditionele oven, waar de lamsbouten liggen te sudderen, scherp in de gaten. Nog geen vijf minuten later wordt het eten geserveerd, het lam vergezeld van gebakken aardappelblokjes en een eenvoudige salade. Het vlees is zo mals, dat het iedere pothole waard was.

Op mijn laatste dag breng ik met tegenzin de motor terug naar het verhuurbedrijf. Mallorca is groter dan ik had verwacht, waardoor er nog talloze hoeken zijn die ik nog moet ontdekken en tientallen bergen die ik nog moet bedwingen. Om over al die prachtwegen nog maar te zwijgen.

Nog chagrijniger word ik als ik - met motorjack, maar zonder motor - in de hitte op de bus naar Palma sta te wachten. Maar als ik terugdenk aan de bijzondere nachtrit en mijn nieuwe Mallorcaanse motorvrienden, verschijnt er weer een grijns op mijn gezicht. Weet je wat, volgend jaar ga ik gewoon weer.

[DOWNLOAD DE ROUTE]

[BEKIJK DE ROUTE]

Harley-Davidson
Ik wil van mijn motorfiets af
Suzuki
Honda
Kawasaki
Kushitani
Difi
BMW
Suzuki
MotoPort
Arai
Ducati
Ik wil van mijn motorfiets af
Aprilia
Bovag
Harley-Davidson
Caberg
TT Circuit Assen
KNMV
Husqvarna
Nolan
Dane
Honda
Schuberth
HJC
Triumph
Bridgestone
MACNA
KTM
Moto Guzzi
Kawasaki
Bayard
Indian