TV, Magazine en Club voor motorfans!
Promotor
 | 

Tekst en foto’s Jan Dirk Onrust

De Franse Alpen zijn al zo mooi, maar in oktober als de bomen verkleuren en de eerste sneeuwvlokjes vallen, doet de herfst er nog een schepje bovenop. Zelfs de crisis heeft toegeslagen.

Op een vroege dinsdagmorgen begin oktober komen ze uit een bocht langs de Var bij Saint-Martin plotseling tevoorschijn. Twee korte rokjes met gebruinde benen en teenslippers op een Piaggio MP3. Mijn motorrijdersgroet beantwoorden ze niet, want dat doen Mediterrane meisjes niet. Over een kwartiertje liggen ze misschien op het strand van Nice, want eigenlijk is het hier nog volop zomer.

Ik word een beetje weemoedig. Ik hou er niet van als meisjes hard de andere kant oprijden zonder te groeten. Maar wat ernstiger is: dit was het laatste zomerse beeld dat ik zag. Nog geen tien kilometer verder, als de weg de Alpen op kronkelt, zie ik de eerste gele, rode en oranje bladeren aan de bomen hangen. Ja, hier is de herfst begonnen. Het zal zeker zes maanden duren voordat ik weer korte rokjes zie. En dan is ook nog de kredietcrisis uitgebroken, al heb ik daar dan nog geen weet van. Maar kom op, niet treuren. Voor me ligt een route over een aantal van de mooiste Franse Alpenpassen. En dat in kleuren en de rust van het najaar. Avontuurlijk gaat het misschien ook nog worden, want boven de 2200 meter kan het in oktober op de passen al aardig winteren. Nou maar hopen dat ze nog geopend zijn.

Kloven en aandelen

Langs de Var valt al veel te zien van de bonte herfstkleuren, maar de echte pracht breekt los als ik de D28 door de Gorges du Cians neem. De kleine, woest stromende Cians heeft hier een diepe smalle kloof van 20 km in het bergmassief gesneden. Zo smal dat de ontvangst van mijn Zumo soms kilometers lang wegvalt. Zo smal ook dat ik de Moto Guzzi Stelvio hoor nagalmen. Lekker geluid. Lekkere motor ook, die Stelvio, heerlijk voor de lange afstand. Aan de snuit moet ik nog wat wennen, maar verder heeft de Stelvio een prachtig lichaam. Ja, ik zou er graag eentje kopen. ‘Dat kan een freelancer toch nooit betalen?’ zul je nu zeggen. Toch wel. De afgelopen jaren heb ik mijn inkomsten verdubbeld dankzij het melken van koeien. Dit geld heb ik veilig belegd in aandelen Fortis, een bank met toekomst, zei mijn beleggingsadviseur me in de lente van 2008.

Het eerste deel van de Gorges du Cians bestaat uit grauwe kalksteen. Het grootste spektakel komt als halverwege de paarsrode leisteenachtige rotsen komen. Net als bij een man van middelbare leeftijd is de kloof op de meest onwaarschijnlijke plekken begroeid, maar hier staat het een stuk beter. Rood en groen struikgewas tegen purper gesteente. Dat zie je toch bijna nergens. Behalve dan in de Gorges de Daluis, die een kilometer of tien naar het westen parallel loopt aan de Gorges du Cians. Deze kloof is wat weidser, want hier loopt de grotere Var doorheen. Maar de kleuren en de lengte zijn gelijk. De Gorges de Daluis daalt veel minder sterk dan de Gorges du Cains stijgt: 200 om 1100 meter, maar de bochtigheid is er niet minder om. Elf tunnels hebben ze moeten uitbikken om door het dal te komen. Een aantal keren loopt de ene weghelft door een tunnel, terwijl de andere buiten de tunnel om langs het ravijn kronkelt. Het negeren van het inhaalverbod levert bijna nergens zoveel hartkloppingen op als hier. Toch begint een groepje van vier motorrijders eraan om van een irritante vrachtwagen af te komen. Drie van hen kom ik even later tegen bij het motormuseumpje van Entrevaux.

‘Zo, en waar is de vierde?’ vraag ik argwanend. ‘Achtergelaten in het ravijn?’
‘Nee, hij zit al een kwartier op het toilet,’ luidt het antwoord.
‘Dat is dan zeker om een schone onderbroek aan te trekken!’ zeg ik.
‘Wij vermoeden hetzelfde.’ Liever die broek vol dan een minuutje achterop raken. Motorrijders maken in groepsverband soms vreemde keuzes.

Het vestingstadje Entrevaux ligt op een rots in de Var. Op een nog veel hogere rots daarachter staat een citadel. Van enige afstand denk je: ‘Wauw, wat konden die Franse Middeleeuwers toch burchten en kastelen bouwen!’ Maar van dichtbij ontdek met je met enige teleurstelling dat het soberder en moderner is dan je dacht. Als je dat gevoel hebt, betreft het meestal een bouwwerk van Vauban, zo ook in dit geval. De citadel en de vesting stammen uit 1700. Onder de historische bouwwerken is dat toch bijna nieuwbouw.

De graaicultuur

Via de Gorges de Daluis keer ik terug naar het noorden, want dat vind ik toch net de mooiste van de twee kloven. Hierna bestijg ik de Col de la Cayole (2326 m). Ik had ook de naastgelegen Col de la Bonette (2802 m) kunnen nemen, want dat vind ik de pas der passen. Toen ik dit hardop op de Bonette zei, beweerden andere motorrijders dat de Cayolle eigenlijk veel mooier is. Dus neem ik nu eens de Cayolle, die deel uitmaakt van de Route des Grands Alpes.

Omdat je op de Cayolle veel langer onder de boomgrens blijft, zie je hier meer herfsttinten dan op de kale Bonette. Nadeel is dat de weidse uitzichten maar niet willen komen, zelfs niet boven de boomgrens. Bovendien is het asfalt veel ouder, smaller en hobbeliger.

Op de top kom ik twee Duitse motorrijders op Moto Guzzi’s tegen.
‘Hoeveel heb jij gereden vandaag?’ vragen ze.
‘Bijna 150 kilometer.’
‘Wij hebben er ruim 450 opzitten. Hoeveel moet je nog?’
‘Een kleine dertig.’
‘Wij moeten nog een grote 120. Wat vind je van de Cayolle? Ja, wel mooi, hè? Maar wist je dat de Col de la Bonette eigenlijk veel mooier is?’

Een klein dertig kilometer verderop klop ik aan bij Hotel het Witte Paard in Barcelonette. Voor een bescheiden prijs krijg ik een nog veel bescheidener zolderkamertje. De douche hapert, het bed kraakt en de televisie ontvangt slechts één zender. Hierop zie ik het Franse journaal. ‘Als gevolg van de kredietcrisis, heeft de Nederlandse staat de Fortis Bank genationaliseerd,’ zegt de Franse Philip Freriks. ‘Het aandeel Fortis heeft hierdoor zijn waarde nagenoeg verloren. Onze correspondent sprak met enkele sukkels die erin zijn gestonken. ’

Ik voel de sterke behoefte opkomen de televisie uit het raam te smijten. Maar ik hou mezelf in, want pal onder mijn raam staat de geleende Stelvio. Oh, die mooie Stelvio. Nu hij onbereikbaar is geworden, besef ik pas echt hoe graag ik hem wilde. En waardoor is ie nu onbereikbaar? Op de televisie zijn een geestelijke en een vakbondsleider er al uit. Het komt allemaal door de graaicultuur.

Sneeuwvlokken

Vroeg in de morgen ga ik verder in noordelijke richting. De eerste pas is de Col de Vars van 2109 m. Een van de meer simpele passen, maar het loopt niet lekker vandaag. Ik maak de ene misser na de andere en raak zelfs even naast het asfalt. Het lijkt alsof de Stelvio en ik nu al vervreemd zijn van elkaar. Het kan ook aan de Col de Vars liggen, het ongeluk hangt hier in de lucht. In 1998 bestelde ik bij het restaurant op de top een kop koffie, maar eigenlijk was de tent al vijf minuten gesloten. Voor de eigenaar was dat geen probleem. Zijn vrouw dacht daar anders over. In de keuken ontstond een enorme ruzie, waarbij vele borden sneuvelden. Het was eventjes rustig toen ik afrekende. Daarna werd de rest van het restaurant afgebroken. Het staat er nu nog steeds, maar het heeft ongetwijfeld een nieuwe eigenaar.

Op de top is het nog maar vier graden boven nul, op de bergwand erachter ligt verse sneeuw. Ik zit duidelijk een stuk verder in de herfst. In de lagere regionen komt rook uit de schoorstenen en blaadjes beginnen van de bomen te vallen. Echt winters wordt het als ik de Galibier (2645 m) oprijd. Nog voor de top toont de thermometer van de Stelvio geen temperatuur meer, maar een sneeuwkristalletje: het vriest. Maar kijk, even voor de top bevindt zich weer een restaurant, het Chalet du Galibier. En dat lijkt nog open te zijn ook. Kan ik mooi even opwarmen en extra kleding aantrekken. Binnen zit het uitbatende echtpaar achter een bord zuurkool. De man heet me welkom, zijn vrouw trekt een gezicht alsof ze met servies wil gaan gooien. Ik haal diep adem en bestel een kop koffie. ‘Komt voor elkaar,’ zegt de eigenaar. Hij blijkt zes talen te spreken, waaronder een beetje Nederlands. Allemaal geleerd van zijn gasten, veelal wielrenners.

‘Hoe lang blijft de pas nog open?’ vraag ik.
‘Tegenwoordig minstens tot 1 december,’ zegt de eigenaar. ‘Als er eerder sneeuw valt, schuiven ze dat weer weg. Ik kan dus langer open blijven, maar mijn vrouw wil dat eigenlijk niet. We stoppen ermee na 22 jaar. Alles gaat in de verkoop. Dat zal nog moeilijk worden, want er is een kredietcrisis uitgebroken. Dit komt door de graaicultuur. Wist u dat al?’
‘Ja, dat wist ik, maar ik wens er niet aan te worden herinnerd. Mijn dag is verpest. Goedemiddag. ‘

Op de top is het eenzaam en sneeuw schuurt in mijn nek. De Col du Galibier hoort net niet bij de allerhoogste Alpenpassen, maar de afdaling is de langste (bijna 2000 m verval) en een van de steilste. Eigenlijk alleen te vergelijken met het koersverloop van het aandeel Fortis. Verdorie. Ik krijg mijn verlies maar niet uit mijn hoofd. Ik moet nu even geen graaier tegenkomen, want ik zou hem…

Schapen en graaiers

In de afdaling kan ik eindeloos zwieren en slingeren, en raak ik mijn bloeddorstigheid kwijt. Ik heb weer oog voor de rode en gele mossen die de hellingen bedekken, en geniet van de ruimte die ik heb op de rustige weg. Motorrijden in de Alpen doet een mens goed. Ik heb er weer zin in. Op naar de volgende beroemde wielerpas: de Col de la Madeleine (2000 m).

Nadat ik de Isere bij La Chambre ben overgestoken, leidt mijn GPS me naar een heel smal weggetje bergop. ‘Is dit nou die beroemde Madeleine?’, vraag ik me voortdurend af. ‘Zo klein?’ Het lijkt meer een geasfalteerd schapenpad. Pakweg 1500 bewijsstukken hiervoor kom ik snel tegen: een schaapskudde nog langer dan een file bij knooppunt Everdingen in de avondspits, maar een stuk moeilijker te passeren. De herder bevestigt dat ik op de juiste col zit. ‘Lekker weertje voor op de motor, niet? Is dat een Moto Guzzi? Mijn broer had vroeger…’ Zoals vaker bij schaapsherders, is de man een enorme ouwehoer. Ik kap dit snel af, want voor je het weet gaat het gesprek over de graaicultuur, zoals bekend een favoriet onderwerp van schaapsherders.

Ik rijd voortdurend door bossen en laaghangende bewolking. Als ik daar eindelijk uitkom, ligt er een indrukwekkende boomloze hoogvlakte voor me. Daar zie ik ineens een oude Ferrari tuffen met een rugnummer. Vervolgens passeer een oude Ford Mustang, Porsches en een Austin Healy en zie ik allerlei cameramannen en fotograferen in de berm liggen. Het lijkt waarachtig wel of ik in een rallyevenement verzeild ben geraakt. Maar waarom rijden de deelnemers dan zo langzaam? Is dit een zuinigheidsrit?

‘Nee,’ zegt een van de cameramannen. ‘Dit is een privé rallyritje. Het gaat wel een beetje om snelheid, maar het zijn niet bepaald echte coureurs. Het zijn de rijke vriendjes van een schatrijke Zwitser, die dit organiseert. Wij zijn ingehuurd om er een filmpje van te maken. Als je het een beetje vlot monteert, lijkt het bijna een echte rally. Morgenavond hebben ze een groot diner in een Zwitsers kasteel. Daar zal de reportage worden getoond.’

Wat schuift dat nou, zo’n verslag dat door hooguit vijftig man zal worden bekeken? ‘Meer dan het gewone tv-werk,’ zegt de schnabbelende cameraman. ‘Hoeveel meer moeten we nog even bekijken. De organisator heeft nooit om een prijsopgave gevraagd.’ Dit lijken geen slachtoffers van de kredietcrisis, misschien horen ze eerder bij de aanstichters. ‘Ach, dat is weer zo’n politiek mediaverhaaltje,’ zegt de cameraman. ‘Dit soort mensen zijn zelf veel meer kwijtgeraakt door de crisis dan wie ook. Zij zagen het ook niet aankomen, zo zwart-wit is het allemaal niet. Zie jij hier slechteriken rijden?’

Ik zou niet weten hoe die eruit zien. Ik zie alleen mensen die vriendelijk zwaaien, als kleine kinderen met hun autootje aan het spelen zijn en genieten van de mooie omgeving. Ze doen eigenlijk precies hetzelfde als ik. Die gedachte stemt me mild. Zo mild als het najaarszonnetje dat doorbreekt en de beboste hellingen van de Madeleine zachtjes laat oplichten in gouden en koperen tinten.

Ja, de Franse Alpen zijn prachtig en de herfst doet er nog een schepje bovenop. Geen enkele crisis die dat kan veranderen.

[DOWNLOAD DE ROUTE]

Harley-Davidson
Ik wil van mijn motorfiets af
Suzuki
Honda
Kawasaki
Arai
Dane
BMW
Kawasaki
Aprilia
Kushitani
Husqvarna
Bovag
Ik wil van mijn motorfiets af
Triumph
HJC
Harley-Davidson
KTM
Nolan
Suzuki
TT Circuit Assen
KNMV
Honda
Ducati
MACNA
Indian
Bridgestone
Difi
Moto Guzzi
MotoPort
Caberg
Bayard
Schuberth